PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING
3e+4e Leerjaar VMBO
basis- en kaderberoepsgerichte leerweg
SCHOOLJAAR 2009- 2010
Beste meisjes en jongens,
Hierbij ontvangen jullie het Programma van Toetsing en Afsluiting 2008-2009, kortweg het PTA.
Dit is simpel gezegd een overzicht van alles wat je dit jaar moet doen en aan welke regels jij je moet houden.
Het bestaat uit:
§ Een algemeen gedeelte. Hierin staan de regels voor het schoolexamen en het centraal examen.
§ Een vakinhoudelijk gedeelte. Daarin staat de stof voor de toetsen, opdrachten en handelingsdelen. Ook staat erin hoe zwaar een toets meetelt (weging). De in dit PTA genoemde toetsen, opdrachten en handelingsdelen tellen allemaal voor het schoolexamen en worden opgenomen in het examendossier.
Het is belangrijk om het algemene gedeelte goed te lezen. Het vakinhoudelijke deel is meer een naslagwerk van wat in de lessen aan de orde komt. De docenten zullen de werkwijze met jullie doornemen. Per vak zijn er opdrachten beschreven die in de loop van dit schooljaar uitgevoerd moeten worden.
Veel succes bij je studie.
Algemeen gedeelte
1. Algemene bepalingen
Inhoud en doel van het PTA
Het programma van Toetsing en Afsluiting bevat de algemene regels voor het schoolexamen en centraal examen en een overzicht per vak van het examenprogramma. Het bevat bovendien de regels voor de schoolexamentoetsen en hoe deze meewegen in het eindgemiddelde van het schoolexamen.
Het PTA en de wet
Het PTA moet voldoen aan het Inrichtingsbesluit WVO en het eindexamenbesluit. Beide liggen op school ter inzage bij de algemeen directeur.
2. Inrichting van het onderwijs
De belangrijkste kenmerken van de inrichting van het VMBO eindexamen zijn:
- alle leerwegen kennen centrale- en schoolexamens
§ centrale examens zijn door het CITO gemaakt en voor alle scholen in het land hetzelfde. Ze worden in het laatste schooljaar in de maanden mei en juni afgenomen.
§ Schoolexamens worden door de docenten van het Van der Meij College gemaakt en alleen op deze school in het 3e en 4e jaar, het hele jaar door, afgenomen.
- centraal praktische examens voor de beroepsgerichte vakken, het vierde leerjaar in april
centraal praktische examens zijn door het CITO gemaakt en voor alle scholen in het land hetzelfde. Ze worden in het laatste schooljaar in de maand april afgenomen. Bij de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg heet dit het CSPE .
- resultaten van de schoolexamentoetsen worden opgenomen in het examendossier. Het examendossier is een overzicht van alle behaalde resultaten en gemaakte opdrachten. De schoolexamentoetsen (SE toetsen) strekken zich uit over het derde en vierde leerjaar
- alle SE toetsen voor een vak leiden tot een eindcijfer voor het schoolexamen per vak
- de resultaten van de opdrachten worden vastgesteld in het examendossier dat leerjaar drie en vier beslaat
- de indeling van het eindexamen staat in het Eindexamenbesluit
SCHOOLEXAMEN
Examendossier
1. Het schoolexamen heeft de vorm van een examendossier. Het woord "examendossier" heeft in dit verband twee betekenissen:
a) De eisen waaraan een kandidaat voor ieder vak moet voldoen en de weging die aan de behaalde cijfers worden toegekend.
Voorbeeld: Nederlands: cijfer 7 weging (hoeveel x het telt): 2
cijfer 6 weging: 1
Handelingsopdracht: fictiedossier voldoende
Op het Van de Meij College kennen we de volgende cijfers:
A cijfer: Dit cijfer is het gemiddelde cijfer van een aantal kleine toetsen. Weging = 1
B cijfer: Dit is het cijfer van één toets/ opdracht. Weging = 1
C cijfer: Dit is het cijfer van één toets/ opdracht. Weging = 2
M cijfer: Dit is het gemiddelde modulecijfer (bij de beroepsgerichte vakken) van een aantal kleine toetsen. Weging = per module verschillend
b) De verzameling van alle toetsen en andere documenten die op het schoolexamen betrekking hebben. Dus behalve cijfers, ook verslagen van handelingsopdrachten, praktische opdrachten enz.
2. Het examendossier kent de volgende toetsvormen:
a) Schriftelijke toetsen met gesloten en/of open vragen
Dit zijn repetities of so’s
1 Bij het toetsen met gesloten en/of open vragen gaat het in de eerste plaats om het toetsen van kennis en inzicht.
2 Mondelinge toetsen
b) Praktische opdrachten (PO)
Bij alle vakken en programma’s komen praktische opdrachten voor, waarbij zowel het proces als het product wordt beoordeeld. Beoordeling vindt plaats aan de hand van vooraf aan de leerling bekend gemaakte criteria. Je weet dus van tevoren hoe je cijfer tot stand komt.
De leerling kan de praktische opdracht de vorm geven van een product of werkstuk of een presentatie.
Bij de beroepsgerichte vakken zijn deze praktijkopdrachten vanzelfsprekend legio. Voorbeeld: het maken van een stoel bij bouwtechniek.
Andere voorbeelden zijn:
Afnemen van een interview bij een taal
Communiceren via e-mail
Opstellen van een enquête
c) Grote praktische opdrachten (GPO)
Iedere leerling moet tenminste twee praktische opdrachten van elk minimaal 10 uur hebben uitgevoerd. Deze opdrachten kunnen zowel individueel als in groepsverband worden gemaakt.
d) Handelingsopdrachten (HO)
Het handelingsdeel in het examendossier bestaat uit (handelings)opdrachten waarvan per leerling door de examinator (docent) moet worden vastgesteld of deze naar behoren zijn uitgevoerd.
Een HO is een handeling die je moet uitvoeren, bijvoorbeeld het bezoeken van een museum.
Je hoeft hier niets voor te kennen maar alleen maar iets doen!
De uitvoering van een opdracht die tot een handelingsdeel behoort, blijkt uit een notitie van de leerling waarin aandacht is besteed aan de ervaring met de opdracht.
Het handelingsdeel bestaat dus uit verschillende handelingsopdrachten bij verschillende vakken. Dit zijn praktische opdrachten (bv. het bezoeken van een bedrijf) waarbij per leerling door de examinator (docent) wordt vastgesteld of ze naar behoren zijn uitgevoerd. Er wordt geen cijfer gegeven, maar de kwalificatie voldoende of goed.
Deelname aan de activiteit met een korte reflectie (een schrijven waarin je even terugkomt op de activiteit) daarop is voldoende.
Met een handelingsopdracht kunnen leerstofonderdelen afgesloten worden die de docent niet met een cijfer kan of wil beoordelen.
Handelingsopdrachten kunnen bij alle vakken voorkomen. De docent bepaalt of activiteit en reflectie (het kleine werkstukje dat de leerling er van gemaakt heeft) naar tevredenheid, d.w.z. serieus zijn uitgevoerd. Zo niet, dan volgt een herhalingsopdracht. Het niet op tijd uitvoeren van een Handelingsopdracht kan ten koste gaan van een herkansing.
Het niet of niet op tijd afsluiten van Handelingsopdrachten heeft als gevolg dat een leerling niet kan worden bevorderd !!
N.B. Laatste mogelijkheid om het handelingsdeel klas 3 af te sluiten is 1week voor de overgangsvergadering
3. Vulling van het examendossier
3.1. De resultaten die je behaalt in klas 3 en 4 vullen je examendossier
3.2 De kandidaat ontvangt van ieder vak een overzicht van de te toetsen leerstof, de wijze van toetsen en de periode waarin de toets plaats vindt. De exacte datum en tijd van de toets wordt minimaal één week van tevoren opgegeven.
4. Herkansing
Voor sommige vakken is een herkansing bij toetsen toegestaan. Dit staat per vak vermeld in het PTA
5. Niet eens met de gang van zaken tijdens het schoolexamen
Indien een kandidaat zich gedupeerd voelt door de gang van zaken tijdens het schoolexamen, kan de kandidaat hierover een bezwaarschrift indienen bij de algemeen directeur c.q. de vestigingsdirecteur of diens plaatsvervanger. Het bezwaarschrift moet aan hen worden overhandigd. Een speciaal hiervoor ingestelde commissie van beroep stelt zonodig de kandidaat in de gelegenheid het bezwaar mondeling toe te lichten. De commissie doet zelfstandig onderzoek ten aanzien van het ingebrachte bezwaarschrift. Hierna doet de commissie uitspraak over dit bezwaarschrift. Deze uitspraak is bindend en wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de betrokkene, vergezeld van een toelichting.
De commissie van beroep voor het schoolexamen op het Van der Meij college bestaat uit de volgende personen:
Dhr. J. Krom, Dhr. P. Scheepbouwer, één examensecretaris en één sectordirecteur
6. Onregelmatigheden, fraudebepaling
Het niet aanwezig zijn tijdens enig onderdeel van het schoolexamen zonder melding vooraf, en het niet op tijd inleveren van een (praktische) opdracht, werkstuk e.d., zal in de regel worden gezien als een onregelmatigheid. Daarnaast moet de gemelde reden van dien aard zijn dat de absentie als geoorloofd kan worden aangemerkt.
Het gestelde in artikel 1.11 van het uitgebreide examenreglement is dan van toepassing. Bij bedrog, geconstateerd voor, tijdens of na een zitting van het schoolexamen, tijdens het uitvoeren van een praktische opdracht of handelingsdeel of bij het maken van een werkstuk kan de algemeen directeur maatregelen nemen. Het gestelde in artikel 1.12 van het uitgebreide examenreglement is dan van toepassing. Het niet op tijd afronden van onderdelen van het handelingsdeel e.d. zal gezien worden als onregelmatigheid.
1.12. Onregelmatigheden
1.12.a. Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het eindexamen aan enige onregelmatigheid
schuldig maakt of heeft gemaakt, kan de vestigingsdirecteur maatregelen nemen.
1.12.b. De maatregelen bedoeld in artikel 1.12.a. die al dan niet in combinatie met elkaar genomen kunnen
worden, kunnen zijn:
¨ het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het schoolexamen of het centraal examen;
¨ het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan een of meer zittingen van het schoolexamen of het centraal examen;
¨ het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het schoolexamen of het centraal examen;
¨ het bepalen dat het diploma en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in door de algemeen directeur aan te wijzen onderdelen.
Indien het hernieuwd examen betrekking heeft op een of meer onderdelen van het centraal examen
legt de kandidaat dat examen af in het volgend tijdvak van het centraal examen, dan wel ten overstaan van de staatsexamencommissie.
1.12.c. Alvorens een beslissing ingevolge artikel 1.12. b. wordt genomen, hoort de vestigingsdirecteur de
kandidaat. De kandidaat kan zich door een door hem aan te wijzen meerderjarige laten bijstaan. De vestigingsdirecteur deelt zijn beslissing mede aan de kandidaat, zo mogelijk mondeling en in ieder geval schriftelijk. In de schriftelijke mededeling wordt tevens gewezen op het bepaalde in artikel 1.12.d.. De schriftelijk mededeling wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de inspectie en aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat, indien deze minderjarig is.
1.12.d. De kandidaat kan tegen een beslissing van de vestigingsdirecteur in beroep gaan bij de algemeen
directeur, zijnde vertegenwoordiger van het bestuur. De algemeen directeur stelt een commissie in voor het centraal examen (artikel 1.12.e). Van de commissie van beroep voor het centraal examen mogen de vestigingsdirecteur en examensecretaris geen deel uitmaken. Het beroep wordt binnen drie dagen nadat de beslissing schriftelijk ter kennis van de kandidaat is gebracht, schriftelijk bij de commissie van beroep ingesteld. De commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken op het beroep, tenzij zij de termijn met redenen omkleed heeft verlengd met ten hoogste twee weken. De commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het eindexamen geheel of gedeeltelijk af te leggen. De commissie deelt haar beslissing schriftelijk mede aan de kandidaat, aan de vestigingsdirecteur en aan de inspectie.
1.12.e. De commissie van beroep voor het centraal examen, bedoeld in artikel 1.12.d., wordt ingesteld door de
algemeen directeur. Deze commissie bestaat uit de algemeen directeur, 2 docenten en 1 lid van de oudergeleding van de MR. De beslissing van de commissie van beroep is bindend.
8 Ziekte
Als ziekte optreedt op een moment dat schriftelijke melding vooraf niet meer mogelijk is, dient de kandidaat of een ouder/verzorger van de kandidaat de melding telefonisch te doen en zo spoedig mogelijk schriftelijk te bevestigen aan het afdelingshoofd.
Een kandidaat is geoorloofd absent als hij / zij voor aanvang van een schoolexamen is afgemeld door de ouders/verzorgers en er sprake is ven een geldige reden. Geoorloofde absentie geeft recht op een herkansing.
Bij ongeoorloofde absentie wordt het cijfer 1 toegekend of de kwalificatie onvoldoende.
Dit geldt ook bij het inleveren van praktische opdrachten of het uitvoeren van handelingsopdrachten.
9 Doubleren in VMBO 3 of 4
Bij doubleren vervallen de resultaten van het examendossier.
10 Het Centraal Examen
Alle vakken hebben een CE, behalve de beschermde vakken:
Maatschappijleer 1
Kunstvakken 1 (CKV)
Lichamelijke opvoeding 1
Kunstvakken 1 (CKV)
Binnen het gemeenschappelijk deel van de leerwegen is CKV een verplicht examenonderdeel.
Kunstvakken 1 kent alleen een schoolexamen, geen centraal examen. Leerlingen krijgen voor kunstvakken 1 geen cijfer op hun cijferlijst, maar de kwalificatie ‘voldoende’ of ‘goed’.
Kunstvakken 1 (CKV) wordt in klas 3 afgerond.
Maatschappijleer 1
Ook dit vak kent geen centraal examen, alleen een schoolexamen.
Leerlingen krijgen voor maatschappijleer een cijfer dat als een volwaardig cijfer meetelt voor de zak/slaagregeling. Een onvoldoende eindcijfer voor maatschappijleer betekent vanzelfsprekend een onvoldoende op de eindlijst.
Een leerling die als eindresultaat voor het schoolexamen maatschappijleer een onvoldoende heeft, mag altijd een door de school te bepalen onderdeel herkansen.
Lichamelijke opvoeding
Evenals de overige twee beschermde vakken kent lichamelijke opvoeding geen centraal examen maar alleen een schoolexamen. Leerlingen krijgen voor lichamelijke opvoeding geen cijfer op hun cijferlijst, maar de kwalificatie ‘voldoende’ of ‘goed’. Aan het eind van het derde leerjaar moet de leerling de beoordeling 'voldoende' of 'goed' op zijn eindrapport hebben om te worden bevorderd naar klas 4. Als het vak in klas 4 niet ‘voldoende’ of ‘goed’ is afgerond mag de leerling geen vmbo-diploma ontvangen. Uiterste datum voor het afronden van het vak LO in klas 3 is 29 juni 2007
12.Uitleg cijferbepaling:
Weging:
Per toets en per praktische opdracht wordt de beoordeling uitgedrukt in cijfers op één decimaal nauwkeurig (voorbeeld: 6,3 ). Voor de vakken die geheel uit een handelingsdeel bestaan, wordt de beoordeling uitgedrukt in ‘naar behoren’, ‘voldoende’, of ‘goed’. In het vakspecifieke gedeelte van dit PTA wordt bij alle vakken de weging (valentie) per toets en per praktische opdracht aangegeven.
Hoe komen de eindresultaten op het diploma tot stand:
Schoolexamen (SE) = alle mondelinge en schriftelijke toetsen, praktische opdrachten, handelingsopdrachten en oriëntatie op leren en werken
Het centraal examen ( CE )
Het centraal examen kan bestaan uit:
- een centraal schriftelijk examen (CSE) voor de Algemene vakken
- een centraal schriftelijk praktijk examen (CSPE) à voor de beroepsgerichte vakken
- een centraal schriftelijk examen(CSE)
Het gaat om een toets waarbij kandidaten vragen en opdrachten, eventueel met
behulp van informatie- en communicatietechnologie, schriftelijk beantwoorden.
.
- een centraal schriftelijk praktijk examen (CSPE)
Dit is een combinatie van het centraal schriftelijk examen en het praktijkexamen. De leerling krijgt aan de hand van een praktijkopdracht ook enkele theoretische vragen over dit praktijkgedeelte.
Alleen de beroepsgerichte vakken (Administratie, Handel&Administratie, Handel&Verkoop, Mode&Commercie, Bouwtechniek, Elektrotechniek, Metaaltechniek, Motorvoertuigentechniek,GrafieMedia, Uiterlijke Verzorging en Verzorging) hebben een praktijkexamen.
Eindcijfer:
Basisberoepsgerichte leerweg:
Eindresultaat = (1x CS(P)E) + (2 x SE)
3
Kaderberoepsgerichte leerweg:
Eindresultaat = CS(P)E + SE
2
Cijfer
Het eindresultaat op de cijferlijst van het diploma wordt afgerond op hele getallen. Voor de afronding wordt dus gekeken naar het eerste cijfer achter de komma.
Voorbeeld: 6,49 à 6,4 = eindcijfer 6
Wanneer is een leerling geslaagd
Slaag / zakregeling
Bij de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg krijgt
een kandidaat zes eindcijfers: voor Nederlands, Engels, twee sectorvakken, een
beroepsgericht vak en maatschappijleer 1. Het beroepsgerichte vak telt 2x mee.
Een leerling is geslaagd als;
* 1 x 5, rest voldoende
* 1 x 4, 1 x 7 of hoger, rest voldoende
* 2 x 5, 1 x 7 of hoger, rest voldoende
* beroepsgericht vak telt 2 x
* maatschappijleer is één van de examenvakken
* l.o. en kunstvakken 1 (CKV) voldoende of goed
* het handelingsdeel van het examen voldoende of goed is afgerond
Herkansing
Centraal Schriftelijk Praktijk Examen (CSPE)
Een leerling mag één keer het CSPE of een gedeelte daarvan herkansen.
Echter indien een leerling meerdere onderdelen herkanst, tellen al deze onderdelen mee in de nieuwe totaalscore van het CSPE. De hoogste totaalscore telt.
Centraal Schriftelijk Examen (CSE)
Een leerling mag één vak van het CSE herkansen. Het hoogste cijfer telt.
13 Onvoorziene omstandigheden
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet neemt de algemeen directeur of zijn vervanger in overleg met het betreffende afdelingshoofd een beslissing.
N.B.
In dit PTA staan slechts de hoofdlijnen van de regelgeving vermeld. Voor de uitgebreide regelgeving verwijzen wij naar het Examenreglement wat ter inzage ligt bij de directie en daarnaast is terug te vinden op: www.vandermeijcollege.nl