examenreglement

 

 

 

 

 

 

EXAMENREGLEMENT

 

 

voor

 

3 en 4 vmbo (BB/KB)

 

 

 

 

  

 

 

 

Van der Meij college

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maart 2010


 

Examenreglement van het Van der Meij College te Alkmaar, voor de klassen 3 en 4 vmbo (BB/KB), , vastgesteld door het bevoegd gezag van de school, met inachtne­ming van het Eindexamenbesluit vwo, havo, vmbo, gepubli­ceerd in Uitleg Mededelingen O & W nr. 3 dd 26 januari 1994 en nr. 18a dd 6 juli 1994 en het gewijzigde Eindexamenbesluit dd 28 juli 2000, stb 358.

 

 

Indeling van het reglement:

1.     Algemene zaken

2.     Regeling schoolexamen

3.     Regeling centraal examen

4.     Uitslag, herkansing en diplomering

5.     Diverse bepalingen

 

 

1.     Algemene zaken

1.1.   Indeling van het eindexamen. Voor de afdelingen op het vmbo kan voor ieder vak het eindexamen bestaan uit een schoolexamen of uit een schoolexamen en een centraal examen.

 

1.2.   De algemeen directeur en de examinatoren nemen onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag het eindexamen af. De organisatie van het schoolexamen en het centraal examen berust bij de algemeen directeur, of bij de hiertoe door de algemeen directeur gemandateerde sectordirecteuren en de secretarissen van het examen: J.H.M. Huurman en L.A. van Breugel

 

1.3.   Het bevoegd gezag stelt de leerlingen van de verschillende afdelingen van de school in de gelegenheid ter afsluiting van de opleiding een eindexamen af te leggen. Een kandidaat kan als onderdeel van het eindexamen een vak kiezen aan een andere school. Deze mogelijkheid bestaat slechts voor zover het bevoegd gezag van onze school en het bevoegd gezag van de andere school dat zijn overeengekomen. De kandidaat blijft kandidaat aan de school waar hij als leerling is ingeschreven.

 

1.4.   De kandidaten kiezen, met inachtneming van het bepaalde in  artikel 1.6 t/m 1.8, de vakken waarin zij examen willen afleggen. Voor leerlingen geldt deze keuze voorzover het bevoegd gezag al dan niet in samenwerking met het bevoegd gezag van een of meer andere scholen, hen in de gelegenheid heeft gesteld zich op het examen in die vakken voor te bereiden. Voor wie  niet als leerling zijn ingeschreven geldt deze keuze voorzover het bevoegd gezag hen tot het examen in die vakken toelaat. De kandidaten kunnen voorzover het bevoegd gezag hun dat toestaat, in meer vakken examen afleggen dan in de vakken die tenminste tezamen een eindexamen vormen.

 

1.5 vervalt

 

 

1.6 vervalt

 

1.7.   vervalt

 

1.8  Het centraal examen ( CE )VMBO KB/BB:

Het centraal examen kan bestaan uit:

- een centraal schriftelijk examen (CSE) à voor kader- en basisberoepsgerichte leerweg

- een beeldscherm examen à voor de basisberoepsgerichte leerweg

- een centraal Schriftelijk Praktijk examen (CSPE) à voor kader- en basisberoepsgerichte leerweg

Voor de algemene vakken wordt in alle leerwegen alleen een centraal schriftelijk

examen afgenomen.

 

1.9.   vervalt

 

1.10. Afwijking wijze van examineren.

1.10.a.    De sectordirecteur kan toestaan dat een lichamelijk of geestelijk gehandicapte kandidaat het

examen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die kandidaat. In dat geval bepaalt de algemeen directeur de wijze waarop het examen zal worden afgelegd. Hij doet hiervan zo spoedig mogelijk mededeling aan de inspectie.

1.10.b.    De sectordirecteur kan toestaan dat ten aanzien van een kandidaat die met inbegrip van het

schooljaar waarin hij eindexamen aflegt ten hoogste zes jaren onderwijs in Nederland heeft gevolgd en voor wie het Nederlands niet de moedertaal is, met betrekking tot het vak Nederlandse taal en letterkunde,  het vak Nederlandse taal of enig vak waarbij het gebruik van de Nederlandse taal van overwegende betekenis is, wordt afgeweken van de voorschriften gegeven bij of krachtens dit besluit.

Voorzover wordt afgeweken van de voorschriften wordt deze afwijking medegedeeld aan de inspectie. De afwijking kan voorzover het het centraal examen betreft slechts bestaan uit een verlenging van de duur van de toets van het centraal examen met ten hoogste 30 minuten en het verlenen van toestemming tot het gebruik van een verklarend woordenboek der Nederlandse taal.

 

1.11. Spreiding voltooiing eindexamen

1.11.a.    De sectordirecteur kan, de inspectie gehoord, toestaan dat ten aanzien van een kandidaat die in het

laatste leerjaar langdurig ziek is, en ten aanzien van een kandidaat die lange tijd ten gevolge van een bijzondere, van de wil van de kandidaat onafhankelijke omstandigheid niet in staat is geweest het onderwijs in alle betrokken eindexamenvakken gedurende het laatste leerjaar te volgen, het eindexamen gespreid over twee opeenvolgende schooljaren wordt afgelegd. In dat geval wordt het eindexamen in een vak in het eerste of in het tweede van deze schooljaren afgesloten.

1.11.b.    De sectordirecteur geeft de toestemming voor de spreiding van het eindexamen uiterlijk voor de

aanvang van het eerste tijdvak van het centraal examen. In bijzondere gevallen kan de sectordirecteur een kandidaat die nog niet in alle vakken centraal examen heeft afgelegd, alsnog toestemming verlenen tot spreiding van het eindexamen.

1.11.c.    Herkansing voor één vak van het centraal examen is mogelijk in het eerste en tweede jaar van het gespreid examen. Herkansing in het eerste schooljaar kan plaatsvinden nadat de eindcijfers van de

vakken waarvoor in het eerste schooljaar het eindexamen is afgesloten, voor de eerste maal zijn vastgesteld.

Toelichting: Deze kandidaat mag in elk examenjaar voor één vak herkansen. In het tweede jaar wordt de uitslag vastgesteld met gebruikmaking van de compensatiemogelijkheid (d.w.z. de regels genoemd in artikel 4.8 zijn geldig voor het vaststellen van de uitslag).

 

 

1.12. Onregelmatigheden

1.12.a.    Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het eindexamen aan enige onregelmatigheid

schuldig maakt of heeft gemaakt, kan de sectordirecteur maatregelen nemen.

1.12.b.    De maatregelen bedoeld in artikel 1.12.a. die al dan niet in combinatie met elkaar genomen kunnen

worden, kunnen zijn:

¨        het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het schoolexamen of het centraal examen;

¨        het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan een of meer zittingen van het schoolexamen of het centraal examen;

¨        het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het schoolexamen of het centraal examen;

¨        het bepalen dat het diploma en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in door de algemeen directeur aan te wijzen onderdelen.

Indien het hernieuwd examen betrekking heeft op een of meer onderdelen van het centraal examen

legt de kandidaat dat examen af in het volgend tijdvak van  het centraal examen, dan wel ten overstaan van de staatsexamencommissie.

1.12.c.    Alvorens een beslissing ingevolge artikel 1.12. b. wordt genomen, hoort de sectordirecteur de 

kandidaat. De kandidaat kan zich door een door hem aan te wijzen meerderjarige laten bijstaan. De sectordirecteur deelt zijn beslissing mede aan de kandidaat, zo mogelijk mondeling en in ieder geval schriftelijk. In de schriftelijke mededeling wordt tevens gewezen op het bepaalde in artikel 1.12.d.. De schriftelijk mededeling wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de inspectie en aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat, indien deze minderjarig is.

1.12.d.    De kandidaat kan tegen een beslissing van de sectordirecteur in beroep gaan bij de algemeen

directeur, zijnde vertegenwoordiger van het bestuur. De algemeen directeur stelt een commissie van beroep  in voor het centraal examen. Van de commissie van beroep voor het centraal examen mogen de sectordirecteur en examensecretaris geen deel uitma­ken. Het beroep wordt binnen drie dagen nadat de beslissing schriftelijk ter kennis aan de kandidaat is gebracht, schriftelijk bij de commissie van beroep ingesteld. De commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken op het beroep, tenzij zij de termijn met redenen omkleed heeft verlengd met ten hoogste twee weken. De commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het eindexamen geheel of gedeel­telijk af te leggen. De commissie deelt haar beslissing schriftelijk mede aan de kandidaat, aan de vestigingsdirecteur en aan de inspectie.

 

1.13. Geheimhouding

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van dit reglement en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voorzover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit besluit de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

1.14. Informatie naar examenkandidaten

De examenkandidaten worden geïnformeerd over het bestaan van dit examenreglement. Dit reglement ligt ter inzage bij de algemeen directeur, de sectordirecteur en de secretaris van het examen. De kandidaten ontvangen een overzicht van de belangrijkste artikelen uit de examenreglement tezamen met het programma van toetsing en afsluiting (de regeling van het schoolexamen).

Voorafgaand aan het examen ontvangen de kandidaten informatie over het examen, de gang van zaken bij het examen en een datumlijst betreffende examenzaken.

 

 

1.15. De commissie van beroep

1.15.a.    De commissie van beroep, bedoeld in art. 1.12.d, wordt ingesteld door de algemeen directeur, zijnde

vertegenwoordiger van het bestuur. Samenstelling van de commissie van beroep:

- algemeen directeur, zijnde vertegenwoordiger van het bestuur

- twee docenten

- één lid van de oudergeleding van de MR.

Het besluit van de commissie is bindend.

 

 

1.16. Examenreglement en  programma van toetsing en afsluiting

1.16.a.    De examencommissie van de school stelt het examenreglement op.

1.16.b.    De examencommissie stelt jaarlijks voor 1 oktober het "Programma van toetsing en afsluiting" op,

dat in elk geval betrekking heeft op het desbetreffende schooljaar. In het programma wordt in elk geval

aangegeven welke onderdelen van het examenprogramma in het schoolexamen worden getoetst, de

inhoud van de onderdelen van het schoolexamen, de wijze waarop het schoolexamen plaatsvindt, de herkansing van het schoolexamen maatschappijleer 1,  alsmede de regels voor de wijze waarop  het cijfer voor het schoolexamen voor een kandidaat tot stand komt.

1.16.c.    Het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting worden door de algemeen directeur

voor 1 oktober toegezonden aan de inspectie. De kandidaten ontvangen het programma van toetsing en afsluiting en een verkorte versie van het examenreglement. Het volledige examenreglement wordt voor de kandidaten, en indien zij minderjarig zijn voor hun ouders, voogden of verzorgers, op school ter inzage gelegd.

 

 

2.     Regelingen voor het schoolexamen

Het programma van toetsing en afsluiting, waarin begrepen de regeling voor het schoolexamen, bestaat uit een

algemeen deel (de regelgeving) en de leerstofomschrijving per vak, per afdeling, per jaarlaag. Het programma van toetsing en afsluiting is als bijlage bij dit reglement gevoegd. Iedere leerling in 3 en 4 vmbo, ontvangt voor 1 oktober de leerstofomschrijving voor het desbetreffende cursusjaar.

 

 

3.     Regeling centraal examen

 

3.1.   Tijdvakken en afneming centraal examen

3.1.a.  Het centraal examen wordt afgenomen conform de artikelen 36 t/m 54 van het Eindexamenbesluit

vwo/havo/vmbo

3.1.b.  Het centraal examen wordt afgenomen in het laatste leerjaar.

3.1.c.  Het centraal examen kent drie tijdvakken: het eerste, het tweede en het derde tijdvak.

 

3.2.   Uitgesteld schoolexamen.

De kandidaat die bij de aanvang van de centrale examens zijn schoolexamen nog niet heeft afgerond, wordt

uitsluitend tot het examen toegelaten in de vakken waarin dit schoolexamen wel is afgerond. Voor de overige vakken wordt het centraal examen uitgesteld tot een volgend tijdvak. Hij dient daarbij een geldige reden te hebben voor dit uitstel. Het schoolexamen dient in ieder geval vier weken voor de aanvang van het derde tijdvak te zijn afgerond. Als de kandidaat het schoolexamen dan nog niet heeft afgerond, vervalt de mogelijkheid om in het derde tijdvak het centrale examen af te leggen. In dit geval moet opnieuw examen worden afgelegd. De reeds behaalde cijfers voor het schoolexamen vervallen.

 

3.3.   Uitgesteld centraal examen

3.3.a.  Indien een kandidaat om een geldige reden ter beoordeling van de sectordirecteur is verhinderd bij één of meer toetsen in het eerste tijdvak tegenwoordig te zijn, wordt hem in het tweede tijdvak de gelegenheid gegeven het centraal examen op ten hoogste twee toetsen te voltooien.

3.3.b.  Indien een kandidaat in het tweede tijdvak evenzeer verhinderd is, of wanneer hij  het centraal examen

in het tweede tijdvak niet kan voltooien, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het derde tijdvak ten overstaan van de staatsexamencommissie zijn eindexamen te voltooien.

 

3.4.   Uitgestelde herkansing van het centraal examen

De kandidaat die is toegelaten tot de herkansing en die om geldige reden is verhinderd van dit recht gebruik te maken, wordt toegelaten tot een uitgestelde herkansing.

 

3.5.   Eerstvolgende gelegenheid

Bij de uitgestelde centrale examens en bij de uitgestelde herkansing dient een kandidaat gebruik te maken van de eerstvolgende gelegenheid die zich voordoet (het tweede of derde tijdvak).

Voor degenen voor wie recht op herkansing of op uitgestelde herkansing pas na het derde tijdvak ontstaat, organiseert de staatsexamencommissie op beperkte schaal een herkansing na het derde tijdvak.

 

3.6.   Het examenrooster

Het examenrooster wordt gepubliceerd in het programma van toetsing en afsluiting of het verkorte examenreglement. Dit wordt tijdig schriftelijk aan de kandidaten van het examen medegedeeld.

 

3.7.   Aanvang zittingen van de centrale examens.

3.7.a.  Indien een zending examenopgaven geschonden op school arriveert, wordt contact opgenomen met

de inspecteur. Ditzelfde geldt bij tekorten aan opgaven.

3.7.b.  Ruim voor de aanvang van het centraal examen ontvangen de kandidaten een instructie over de gang

van zaken bij het centraal examen. In deze instructie zijn tevens opgenomen de artikelen over onregelmatigheden bij het examen, een examenrooster en een datumlijst betreffende de afhandeling van het examen. Een afschrift van instructie wordt gestuurd naar de examinatoren en surveillanten.

3.7.c.  Bij de opening van het centraal examen worden de kandidaten nogmaals geïnformeerd over de

fraudebepalingen.

3.7.d.  De algemeen directeur draagt er zorg voor dat het nodige toezicht bij  het centraal examen wordt

uitgeoefend. Iedereen die door de algemeen directeur geschikt wordt geacht, kan met het toezicht worden belast.

3.7.e.  Voor het einde van de zitting mogen geen opgaven, examenwerk in klad noch aantekeningen buiten

de examenzaal worden gebracht. De algemeen directeur kan een ander tijdstip vaststellen.

3.7.f.   Nadat alle kandidaten hun plaats hebben ingenomen, controleert een daartoe aangewezen

toezichthouder aan de hand van de op de enveloppe vermelde gegevens omtrent schooltype, vak, datum en tijdstip of de enveloppe de juiste is. Deze en eventueel andere op de enveloppe vermelde gegevens worden daarna aan de kandidaten voorgelezen. Pas als alle gegevens in orde zijn bevonden, wordt de enveloppe geopend.

 

3.8.   Zittingen van de centrale examens

3.8.a.  Doen zich ten tijde van het centraal examen voor een kandidaat zeer bijzondere familieomstandigheden

(ernstige ziekte of overlijden) voor of wordt een kandidaat zelf ziek, dan moet dit voor de aanvang van een examenzitting aan de sectordirecteur worden meegedeeld. In overleg met de sectordirecteur moet worden vastgesteld of een kandidaat in staat is aan het centraal examen deel te nemen.

3.8.b.  Als een kandidaat tijdens een examenzitting onwel wordt, dan kan hij/zij het examenlokaal onder

begeleiding verlaten. In overleg met de kandidaat, beoordeelt de sectordirecteur of de kandidaat na enige tijd het werk kan hervatten. Als de kandidaat het werk na enige tijd hervat, kan na overleg met de inspecteur de gemiste tijd aan het einde van de zitting worden ingehaald. Kan evenwel een kandidaat het werk niet hervatten, dan kan de algemeen directeur, zo mogelijk mede op grond van een medische verklaring, aan de inspecteur verzoeken te beslissen, dat het voor een deel gemaakte werk ongeldig is. De kandidaat mag, indien de inspecteur het werk ongeldig verklaart, in het tweede tijdvak opnieuw aan de desbetreffende zitting deel nemen.

3.8.c.  Voor toiletbezoek tijdens het examen steekt de kandidaat zijn hand op. Een surveillerende docent

begeleidt de kandidaat naar het toilet.

3.8.d.  Het is een kandidaat niet toegestaan binnen een uur na de aanvang van de examenzitting te

vertrekken. Tijdens het laatste kwartier van een examenzitting is het een kandidaat ook niet toegestaan het examenlokaal te verlaten. Nadat van iedereen het examenwerk is ingenomen, kunnen de kandidaten het examenlokaal verlaten.

3.8.e.  Zij die bij het examen toezicht hebben gehouden, maken over het verloop een proces-verbaal op.

3.8.e.1.    Op het proces-verbaal worden de namen van alle kandidaten vermeld die voor het desbetreffende vak in het examenlokaal aanwezig moeten zijn. Per schooltype wordt een apart proces-verbaal gemaakt. Afwezige kandidaten worden apart vermeld.

3.8.e.2.    Elke toezichthouder dient het proces-verbaal te tekenen.

3.8.e.3.    Op het proces-verbaal wordt van elke kandidaat het tijdstip vermeld waarop hij het lokaal verlaat, en ook het tijdstip waarop de kandidaten die te laat zijn gekomen, zijn begonnen.

3.8.e.4.    De processen-verbaal worden zes maanden bewaard.

3.8.f.   Indien een kandidaat door enigerlei omstandigheid niet bij een zitting in het examenlokaal aanwezig

kan zijn, maar wel in staat is aan het examen deel te nemen, kunnen uitsluitend via de inspecteur opgaven ter beschikking worden gesteld.

 

3.9.   Einde zittingen centrale examens.

3.9.a.  Een kwartier voor het einde van de zitting geeft een toezichthouder aan dat het examen over een

kwartier wordt beëindigd.

3.9.b.  Aan het einde van een zitting blijven de kandidaten zitten en zien er op toe dat hun examenwerk wordt

ingenomen door de toezichthouders. Nadat van iedereen het examenwerk is ingenomen en het aantal werkstukken is geteld, kunnen de kandidaten het examenlokaal verlaten.

3.9.c.  De algemeen directeur controleert bij ontvangst of het werk van alle kandidaten aanwezig is en sluit

het werk in een enveloppe.


 

Eerste correctie schriftelijk werk.

3.10.a.    De algemeen directeur stelt zo spoedig mogelijk het door de kandidaten gemaakte werk met een

exemplaar van de opgaven, het correctievoorschrift en het proces-verbaal van het examen aan de examinator ter hand. Bij het in ontvangst nemen controleert de examinator of het werk van alle kandidaten aanwezig is.

3.10.b.    Indien de CEVO beoordelingsnormen voor de beoordeling van het werk heeft opgesteld, past de

examinator deze bij de beoordeling toe. Hij mag landelijk of regionaal gemaakte afspraken over de normering slechts toepassen voorzover deze binnen het kader van de bindende normen vallen.

3.10.c.    De examinator ziet het werk zo spoedig mogelijk na met toepassing van de bindende normen. Hij geeft

de onvolkomenheden of fouten aan op het werk zelf; hij brengt geen verbeteringen aan. De beoordeling van het werk wordt zonodig voorzien van een toelichting. Daar waar bij de beoordeling, volgens de correctievoorschriften per opgave of onderdeel punten worden toegekend, kan niet volstaan worden met de vermelding van de totaalscore. De waardering per opgave of onderdeel dient aangegeven te worden.

3.10.d.    De algemeen directeur ziet erop toe, dat hij het gemaakte werk en de beoordeling zo spoedig mogelijk

terug ontvangt. Hij controleert of het werk van alle kandidaten aanwezig is.

3.10.e.    De algemeen directeur draagt er zorg voor, dat het werk van de kandidaten met een exemplaar van

de opgaven en van de normen, met het proces-verbaal, de beoordeling en een eventuele toelichting deugdelijk verpakt bezorgd wordt bij de gecommitteerden (tweede correctoren). Indien het werk per post verzonden wordt, moet het aangetekend worden dan wel als post met ontvangstbevestiging worden verzonden, en geadresseerd aan de algemeen directeur van de school waaraan zij werkzaam zijn. Indien de bezorging op andere wijze geschiedt, dient een ontvangstbewijs te worden getekend.

 

3.11. Tweede correctie schriftelijk werk.

3.11.a.    De minister wijst voor elke school een of meer gecommitteerden aan. De aanwijzing geldt tot de afloop

van het tweede tijdvak.

3.11.b.    De gecommitteerde controleert of hij het juiste aantal werkstukken ontvangen heeft.

3.11.c.    De gecommitteerde beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk. Hij is verplicht de bindende normen toe

te passen. Hij mag landelijk of regionaal gemaakte afspraken over de normering slechts toepassen voorzover deze binnen het kader van de bindende normen vallen.

3.11.d.    De examinator en de gecommitteerde stellen in onderling overleg de score voor het centraal examen

vast. Komen zij daarbij niet tot overeenstemming, dan stellen zij de score vast op het rekenkundig gemiddelde van de twee scores, in voorkomend geval afgerond op het naast hogere gehele getal.

3.11.e.    De vastgestelde scores van het centraal examen worden ingevuld op een lijst die de gecommitteerde

tezamen met het examenwerk meegeeft aan de examinator, die deze lijst en het examenwerk terstond

inlevert bij de algemeen directeur, c.q. de sectordirecteur, die ervoor zorgt, dat deze zo spoedig mogelijk, deugdelijk verpakt en, indien per post: aangetekend, dan wel met ontvangstbevestiging, de directeur van de examinator bereiken.

3.11.f.Indien het overleg telefonisch heeft plaatsgevonden laat de sectordirecteur de door de

gecommitteerde ingevulde gegevens controleren door de examinator. De examinator ondertekent de lijst nadat hij de gegevens in orde heeft bevonden.

3.11.g.    De uitslag van  het examen mag niet vastgesteld worden voordat voor alle vakken de door de

examinator en gecommitteerde ondertekende lijst met cijfers door de sectordirecteur is ontvangen.

3.11.h.    De gecommitteerde ontvangt een door hem en de examinator ondertekend exemplaar van de lijst met

cijfers.

 

3.12. Vaststellen eindcijfers centraal examen

De sectordirecteur en de secretaris van het eindexamen stellen het cijfer voor het centraal examen vast op grond van de behaalde score voor een vak en de door de CEVO verstrekte regels voor de omzetting van scores in cijfers.

 

 

4.     Uitslag, herkansing en diplomering

4.1.   Eindcijfer eindexamen.

4.1.a.  Het eindcijfer voor alle vakken van het eindexamen wordt uitgedrukt in een geheel cijfer uit de reeks

1 tot en met 10.

4.1.b       De algemeen directeur c.q. de sectordirecteur bepaalt het eindcijfer voor een vak (vmbo KB) op het rekenkundig gemiddelde van het cijfer voor het schoolexamen en het cijfer voor het centraal examen [(1xSE + 1xCE):2].

Is dit gemiddelde niet een geheel getal, dan wordt het, indien het eerste cijfer achter de komma 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien deze 5 of hoger is, naar boven afgerond.

4.1.c.  Voor de basisberoepsgerichte leerweg geldt dat het eindcijfer van het examen wordt bepaald

door de som van 2x het eindcijfer van het schoolexamen en 1x het cijfer van het centraal examen te delen door 3 [(2xSE + 1xCE):3].

Is dit gemiddelde niet een geheel getal, dan wordt het, indien het eerste cijfer achter de komma 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien deze 5 of hoger is, naar boven afgerond.


 

 

4.1.d.  Indien in een vak alleen een schoolexamen is gehouden is het cijfer voor het schoolexamen tevens het

eindcijfer. Bij een vak waarvoor het eindcijfer van het schoolexamen tevens het eindcijfer voor het examen is, geldt dat een gemiddelde van.,44 of minder naar beneden en van .45 of hoger naar boven op een geheel getal wordt afgerond.

4.2.   De algemeen directeur draagt er zorg voor dat de cijfers voor het centraal examen en de uit het schoolexamen en centraal examen bepaalde eindcijfers worden ingevuld op een lijst van cijfers.

4.3.   De algemeen directeur en de secretaris van het eindexamen vergewissen zich ervan dat de cijfers voor het centraal examen en de eindcijfers juist zijn berekend en ingevuld.

4.4.   De uitslag van het examen van een kandidaat wordt met inachtneming van de regels van slagen vastgesteld door de algemeen directeur en de secretaris van het eindexamen.

4.5.   Indien dat nodig is om de kandidaat te laten slagen betrekken de algemeen directeur en de secretaris van het eindexamen een of meer eindcijfers van de vakken niet bij de bepaling van de definitieve uitslag. De overgebleven vakken dienen een eindexamen te vormen.

 

4.6.   Uitslag.

4.6.1 De kandidaat die examen vmbo heeft afgelegd, is geslaagd indien hij:

¨        voor alle vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, of

¨        voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger, of

¨        voor ten hoogste één van zijn examenvakken een 4 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger, waarvan ten minste één 7 of hoger, of

¨        voor ten hoogste twee van zijn examenvakken een 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger, waarvan ten minste één 7 of hoger,

met dien verstande dat het eindcijfer van het afdelingsvak of intrasectorale programma in de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg wordt meegerekend als twee eindcijfers.

¨        en het handelingsdeel van het examen naar behoren heeft afgesloten

 

Bovendien geldt, dat voor de vakken lichamelijke opvoeding en kunstvakken 1 (CKV) uit het gemeenschappelijke deel de kwalificatie "voldoende" of "goed" is behaald.

Maatschappijleer 1 , dat wordt afgesloten met alleen een schoolexamen, telt volledig in de slaag/zakregeling mee, ondanks het ontbreken van een centraal examen.

 

4.6.2       Een kandidaat die het eindexamen VMBO Basisberoepsgerichte Leerweg Leerwerktrajecten (LWT) heeft afgelegd, is geslaagd indien hij:

a.     voor Nederlands en het beroepsgerichte programma minimaal een 6 heeft behaald.

 

4.7.   Zodra de eindcijfers en de uitslag zijn vastgesteld, maakt de algemeen directeur c.q. de sectordirecteur eindcijfers en uitslag schriftelijk aan iedere kandidaat bekend en wijst op de regels die gelden voor herkansing.

 

4.8.   Herkansing

 

4.8.1      Herkansing CSE

4.8.1.a   De kandidaat heeft voor één vak waarin hij reeds examen heeft afgelegd en daarvan het eindcijfer 

ontvangen heeft het recht in het tweede tijdvak opnieuw deel te nemen aan het centraal examen. Indien een kandidaat in het tweede tijdvak het examen afsluit, mag de herkansing in het derde tijdvak plaatsvinden.

4.8.1.b   De kandidaat die van het recht op herkansing gebruik wil maken, bepaalt voor welk vak hij herkansing

zal aanvragen.

4.8.1.c   De kandidaat levert de cijferlijst en het schriftelijk verzoek tot herkansing in bij de algemeen directeur

c.q. de sectordirecteur voor een door deze aangegeven dag en tijdstip en vermeldt het vak waarin herkansing zal plaatsvinden.

4.8.1.d   De algemeen directeur verstrekt de inspecteur voor de aanvang van het tweede tijdvak een opgave

van de kandidaten. Daarbij geeft hij aan of de kandidaten herkansen, dan wel verhinderd waren tijdens het eerste tijdvak. Hij geeft van de kandidaten tevens aan wat hun cijfer is voor het schoolexamen.

4.8.1.e   Herkansing is slechts mogelijk voor het centraal examen. Het cijfer behaald voor het schoolexamen

blijft gehandhaafd in de periode van herkansing.

4.8.1.f    Voor de kandidaten geldt dat het hoogste van de cijfers behaald bij de herkansing en bij het eerder

afgelegde centrale examen geldt als definitief cijfer voor het centrale examen.

               

4.8.2       Herkansing CSPE

4.8.2.a    De kandidaat heeft het recht om voor het beroepsgerichte vak waarin hij reeds examen heeft  afgelegd één of meerdere onderdelen waarvoor hij een onvoldoende heeft behaald in het tweede tijdvak te herkansen.

4.8.2.b    Indien een kandidaat meerdere onderdelen van het CSPE herkanst, worden de scores van alle herkanste onderdelen  als herkansing mee geteld. Het is dus niet toegestaan om een score van herkanste onderdelen te mixen met onderdelen uit het examen van het eerste tijdvak.

 

4.9.   Diploma's en cijferlijsten.

4.9.a.  Aan elke definitief geslaagde of afgewezen kandidaat wordt een lijst verstrekt  waarop vermeld worden

de cijfers voor het schoolexamen en de cijfers voor het centraal examen, de beoordeling van de vakken kunstvakken 1  en lichamelijke opvoeding 1, de eindcijfers van de examenvakken, alsmede de uitslag van het examen.

4.9.b.  Indien een kandidaat in meer vakken examen heeft afgelegd dan in de vakken die  tenminste tezamen

een eindexamen vormen, worden de eindcijfers van de vakken die niet bij de bepaling van de uitslag zijn betrokken, op de cijferlijst vermeld, tenzij de kandidaat daartegen bezwaar heeft.

4.9.c.  Aan elke definitief geslaagde kandidaat wordt een diploma uitgereikt  waarop alle vakken zijn vermeld,

die bij de uitslag zijn betrokken en de datum waarop de uitslag is vastgesteld. Op het diploma wordt het profiel of worden de profielen vermeld die bij de uitslag zijn betrokken.

4.9.d.  De secretaris van het eindexamen en sectordirecteur, daarvoor gemandateerd door de algemeen

directeur, ondertekenen de diploma's. Op de diploma's moet worden vermeld dat de ondertekening plaats vindt namens de algemeen directeur.

4.9.e.  Vóór de kandidaat het diploma ondertekent, moet de kandidaat de gegevens op het diploma doorlezen.

De diploma's worden ondertekend ten overstaan van de algemeen directeur en de secretaris van het examen.

4.9.f.   De datering van het diploma is op de dag van het vaststellen van de definitieve uitslag.

 

4.10. Duplicaten

4.10.a.    Duplicaten van afgegeven diploma's, vrijstellingsbewijzen en cijferlijsten worden door de school niet

verstrekt.

4.10.b.    Een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat een diploma, cijferlijst of vrijstellingsbewijs is afgegeven

wordt uitsluitend verstrekt door de Informatie Beheer Groep.

 

4.11. Derde tijdvak

De Commissie Staatsexamen vmbo/havo/vwo  biedt de kandidaten die het centraal examen in het eerste tijdvak noch in het tweede tijdvak voltooid hebben en kandidaten die in het tweede tijdvak hun examen voltooid hebben en van hun recht op herkansing gebruik kunnen en willen maken, de gelegenheid dit alsnog te doen.

 

 

5.     Diverse bepalingen

5.1.   Gegevensverstrekking aan de Minister.

Zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de uitslag stuurt het bevoegd gezag aan Onze Minister en aan de inspectie een lijst waarop voor alle kandidaten zijn vermeld:

a.     het profiel of de profielen waarop het examen betrekking heeft

b.     de vakken waarin examen is afgelegd;

c.     de cijfers van het schoolexamen, de beoordeling van het profielwerkstuk/sectorwerkstuk en het vak of de vakken waarop het profielwerkstuk/sectorwerkstuk betrekking heeft

d.     de cijfers van het centraal examen;

e.     de eindcijfers;

f.      de uitslag van het eindexamen .

 

5.2.   Bewaren examenwerk.

5.2.a.  Het werk van het centraal examen van de kandidaten en de lijsten bedoeld in het vorige artikel, worden

gedurende ten minste zes maanden na de vaststelling van de uitslag bewaard door de algemeen directeur. Het schriftelijk werk is alleen ter inzage op school voor de betrokken kandidaat, eventueel voor zijn ouder/voogd. Het mag niet gekopieerd worden of buiten het schoolgebouw gebracht worden. De inzage geschiedt uitsluitend onder toezicht van de algemeen directeur. Het werk van de kandidaten wordt na zes maanden vernietigd.

5.2.b.  Een door de algemeen directeur en de secretaris van het eindexamen

ondertekend exemplaar van de lijst, bedoeld in artikel 5.1 wordt gedurende ten minste zes maanden na de vaststelling van de uitslag in het archief van de school bewaard.

5.2.c.  De algemeen directeur draagt er zorg voor dat een volledig stel van de bij de centrale examens

gebruikte opgaven gedurende ten minste zes maanden na de vaststelling van de uitslag bewaard blijft in het archief van de school.

 

 

5.3.   Toelating na afwijzen

Een niet-geslaagde kandidaat heeft het recht opnieuw te worden toegelaten tot de examenklas, tenzij naar het oordeel van het bevoegd gezag de kandidaat ernstige verwijten zijn te maken ten aanzien van gedrag, werkhouding en/of inzet. De kandidaat wordt de mogelijkheid geboden tegen een besluit in deze zin beroep aan te tekenen bij de in artikel 1.15 genoemde commissie.

 

 

5.4.   A. Inhalen van schriftelijke examens

Als blijkt dat een kandidaat bij het tweede tijdvak centraal examen in twee vakken moet doen op hetzelfde tijdstip, dient een oplossing gevonden te worden. Meestal worden de volgende maatregelen genomen:

1.     Deze kandidaat wordt in quarantaine gehouden, hetgeen betekent dat de schoolleiding ervoor zorgt dat er geen contact kan plaatsvinden met medekandidaten of surveillanten van de eigen of andere school waardoor kennis over de opgaven zou kunnen worden overgedragen.

2.     Voor vakken die regulier in de middagzitting worden afgenomen, maar die 's morgens door de in quarantaine te houden kandidaten moeten worden afgelegd, worden door de inspecteur opgaven ter beschikking gesteld.

 

B. Inhalen van beeldschermexamens basisberoepsgerichte leerweg

1.     Indien de kandidaat bij een zitting met wettige reden afwezig was, bepaalt de algemeen directeur op welk moment de zitting wordt ingehaald.

2.     Indien de afnamecondities van een examen een adequate beoordeling onmogelijk maken kan de algemeen directeur contact opnemen met de inspectie. De inspectie kan dan besluiten dat het werk wordt beschouwd als niet gemaakt en niet wordt beoordeeld. Alle kandidaten die aan deze sessie deelnamen hebben dan recht op opnieuw maken / inhalen.

 

 

 

 



» Roosterwijzigingen
technische implementatie SchoolMaster BV | | Inloggen