Van der Meij College
leerling 1
leerling 2
leerling 3

Schoolondersteuningsprofiel

afbeelding

Schoolondersteuningsprofiel 2017-2019

Samenvatting

  1. Inleiding

Voor u ligt een samenvatting van het Schoolondersteuningsprofiel van het Van der Meij College (VMC). Het is een kort overzicht van de belangrijkste aspecten van de ondersteuning, die het VMC biedt aan leerlingen die dat nodig hebben. De uitgebreide versie van het ondersteuningsprofiel van het VMC vindt u ook op deze website.

  1. Het Van der Meij College (VMC)

Het VMC is een vestiging waar drie vmbo-scholen samenwerken om gezamenlijk één top-vmbo (bovenbouw van het vmbo-beroepsgericht) te realiseren  in één  gebouw. Het betreft:

  • Christelijke Scholengemeenschap Jan Arentsz: bovenbouw vmbo-zorg en welzijn (z&w);
  • Stedelijk Dalton College Alkmaar: bovenbouw vmbo-horeca, bakkerij en recreatie (hbr);
  • Openbare Scholengemeenschap Willem Blaeu: bovenbouw vmbo-produceren, installeren en energie (pie) en dienstverlening en producten (d&p).

Op basis van de resultaten in de onderbouw vervolgen de leerlingen hun schoolloopbaan op vmbo-basis- of vmbo-kaderniveau op het VMC. Groot voordeel is dat vanuit de onderbouw de leerlingen kunnen kiezen voor alle afdelingen.

  1. Visie op onderwijs en ondersteuning binnen het VMC

In nauwe aansluiting op het onderwijs en de cultuur van de drie ‘moederscholen’ bereidt het VMC de leerling voor op het functioneren in een snel veranderende samenleving. Daarom richten team en directie de blik voortdurend naar buiten en werken zij bij de vormgeving van het onderwijs samen met vertegenwoordigers van het beroepenveld, het vervolgonderwijs en maatschappelijke instanties.

De locatie biedt een veilige betekenisvolle leeromgeving en een goed pedagogisch klimaat waarin iedereen zich gezien en gewaardeerd weet en zich kan ontwikkelen: personeelsleden, leerlingen en ouders leveren daar allen hun bijdrage aan. De school biedt optimale begeleiding door mentoren, stagemogelijkheden, leerwegen op maat en een planmatige aanpak van de (extra) ondersteuning. Zelfstandigheid, samenwerken en (zelf) verantwoordelijkheid nemen zijn kernbegrippen. En dat alles in een kleinschalige, veilige leer- en werkomgeving.

Begeleiding bij specifieke ondersteunings- en leervragen buiten het eigen programma en de eigen groep wordt tot zoveel mogelijk beperkt: onderwijs en ondersteuning zijn waar mogelijk geïntegreerd. Elk afdelingsteam is daarbij verantwoordelijk voor het onderwijs en de begeleiding van alle leerlingen binnen de desbetreffende afdeling. Begeleiding op maat betekent op het VMC dat de docent in het onderwijs inspeelt op verschillen tussen leerlingen.

  1. Naar het VMC

Een aantal leerlingen heeft bij binnenkomst een speciale indicatie voor extra ondersteuning. Deze ondersteuning wordt vastgelegd in een OPP (ontwikkelingsperspectiefplan). De ondersteuningscoördinator doet de intake van deze leerlingen, samen met de tweedelijns coach en onderzoekt vragen als:

  • Zijn er specifieke technische voorzieningen nodig?
  • Aan welke specifieke pedagogisch-didactische behoeften moet worden voldaan?
  • Welke specifieke vaardigheden worden van het onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel gevraagd?
  • Is de leerling in staat onderwijs te volgen in een klas met de op school gangbare groepsgrootte? op het VMC?

Indien de vestiging voldoende en positief antwoord kan bieden op bovenstaande vragen, zal een positief plaatsingsadvies worden gegeven. Bij plaatsing wordt de leerling met een specifieke ondersteuningsbehoefte begeleid door een coach. Dit is een docent die speciaal is geselecteerd om deze leerlingen te begeleiden. Daarnaast zal de tweedelijns coach, een rol spelen. De ondersteuningscoördinator zorgt voor de noodzakelijke afspraken en regelingen.

Groepen hebben maximaal 28 gewogen leerlingen, bij gemengde groepen (leerlingen met lichte ondersteuning – voorheen LWOO-leerlingen –  én reguliere leerlingen) tellen de leerlingen met lichte ondersteuning voor 1,5.

  1. Ondersteuning

Binnen de school worden de volgende niveaus van ondersteuning onderscheiden:

•       Basisondersteuning: dit is ondersteuning die op elke school binnen het samenwerkingsverband beschikbaar is. De scholen hebben samen een ‘standaard’ voor de basisondersteuning ontwikkeld. Deze  is beschreven in bijlage 1 van het (uitgebreide) schoolondersteuningsprofiel.

Basisondersteuning kenmerkt zich door het nauwgezet volgen van de ontwikkeling van de leerlingen en door een intern overleg daarover. De school is en blijft in ontwikkeling en de inhoud van de basisondersteuning zal dan ook regelmatig worden aangepast. Indien nodig onderhoudt de school bij de ondersteuning actief werkrelaties met externe deskundigen.

De school onderscheidt drie niveaus van ondersteuning. Uitgangspunt is dat de leerling zoveel mogelijk wordt opgevangen in de eigen groep, door de eigen docenten, mentor (en afdelingsleider): de 1e-lijns ondersteuning. Dit kan zowel individueel als in groepjes plaatsvinden, dit in overleg met het docententeam. De ondersteuning sluit direct aan bij de reguliere lessen.

Indien deze ondersteuning niet voldoende is, worden de interne deskundigen ingeschakeld: de 2e-lijns ondersteuning. In het interne ondersteuningsteam (IOT) wordt besproken welke specifieke ondersteuning leerlingen nodig hebben. De school biedt deze ondersteuning meestal zelf.

Indien de school vermoedt de ondersteuning niet (geheel) zelf te kunnen bieden, vindt doorverwijzing plaats naar het extern ondersteuningsadviesteam, het EOT. Dit is een multidisciplinair overleg waarin externe deskundigen participeren: 3e-lijns ondersteuning.

Het ondersteuningsbeleid van het VMC is gericht op een geïntegreerde aanpak van de drie genoemde niveaus: 1e-, 2e– en 3e-lijns ondersteuning.

  • Lichte ondersteuning is ondersteuning aan een geselecteerde groep vmbo-leerlingen. De lichte ondersteuning maakt nog wel deel uit van de basisondersteuning, wat inhoudt dat voor leerlingen met lichte ondersteuning geen uitgebreid ontwikkelingsperspectief(plan) (OPP) opgesteld hoeft te worden. De lichte ondersteuning kan zowel op maat (per individu) als groepsgericht zijn. De school bepaalt zelf op basis van onderwijs- en ondersteuningsbehoeften hoe en voor welke leerling zij lichte ondersteuning inzet. De lichte ondersteuning is in de checklist ondersteuning (zie bijlage 1 van het uitgebreide schoolondersteuningsprofiel) gemarkeerd met een asterisk. U kunt bij deze vorm van ondersteuning denken aan bijvoorbeeld dyslexiebegeleiding, bijlessen en meer maatwerk binnen de lessen op basis van een groepshandelingsplan.
  • Extra ondersteuning: indien de basisondersteuning niet toereikend is, dan geldt de extra ondersteuning. Dan wordt in een MDO (multi disciplinair overleg) bepaald dat er een OPP (onderwijs ontwikkel perspectief) met ouders en leerling wordt gemaakt.

In het (uitgebreide) OPP staat beschreven welke onderwijsdoelen de leerling verwacht wordt te kunnen halen en wat nodig is om deze doelen te bereiken. Een voorlopig ontwikkelingsperspectief wordt altijd opgesteld binnen zes weken na de start van het schooljaar of na vaststelling van extra ondersteuningsbehoefte tijdens het schooljaar, altijd in samenspraak met ouders en leerling. De extra ondersteuning wordt (in eerste instantie) gegeven vanuit de reguliere school en kent een verscheidenheid aan vormen, toegespitst op de problematiek van de leerling. Om de leerling zo goed mogelijk te begeleiden binnen de klas, kan een leerling een coach toegewezen krijgen.

  • Intensieve ondersteuning is ondersteuning voor leerlingen, bij wie sprake is van zeer complexe vragen op meerdere leefgebieden, vragen die een intensieve aanpak vereisen, bepaald door een multidisciplinair team van deskundigen.

De intensieve ondersteuning is gericht op leerlingen voor wie de basis- en extra ondersteuning niet voldoende zijn en van wie verwacht wordt dat zij met intensieve ondersteuning toch nog een diploma in het regulier onderwijs kunnen behalen.

Samenwerkingsverband Vo/Vso heeft voor de toewijzing van extra ondersteuning een zogeheten Commissie van Toewijzing (CvT) ingesteld. De CvT verwijst leerlingen naar het vso, bovenschoolse voorzieningen of naar individuele arrangementen. Zij geven de volgende verklaringen af:

  • TLV: Toelaatbaarheidsverklaring (plaatsing op een vso-school)
  • TBV: Toewijzing Bovenschoolse Voorziening (tijdelijke plaatsing op een bovenschoolse voorziening)
  • TVIA: Toewijzing voor Individueel Arrangement (extra ondersteuning op de eigen school)

Bij een aanmelding voor bovenschoolse ondersteuning doet het bevoegd gezag van de school een aanvraag bij het samenwerkingsverband. De ondersteuningscoördinator neemt contact op met de Consulent Passend Onderwijs om een afspraak te maken voor een MDO-T (multidisciplinair overleg toewijzing). Het overleg vindt plaats op school met de leerling, ouders, school en mogelijk andere betrokkenen. De focus ligt hierbij op: ‘wat heeft de leerling nodig van wie’. De consulent is voorzitter van dit overleg.  In het MDO-T wordt een preadvies geformuleerd voor de Commissie van Toewijzing (CvT).

Indien extra begeleiding door de CvT is toegewezen, stelt de school een ontwikkelingsperspectief(plan) (OPP) voor de leerling op.

Naast deze vormen van ondersteuning zijn er binnen de het Samenwerkingsverband Vo/Vso Noord-Kennemerland, waarin het VMC participeert, nog meer ondersteuningsmogelijkheden in de vorm van scholen met een specifiek ondersteuningsaanbod: scholen voor praktijkonderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs en de scholen voor blinde en slechtziende kinderen (REC 1) en voor dove en slechthorende kinderen en kinderen met een communicatieve beperking (REC 2).

 

  1. Ondersteuningsoverleg

Om leerlingen die ondersteuning nodig hebben zo goed mogelijk te kunnen begeleiden en de ontwikkelingen te kunnen volgen kent het VMC veel vormen van ondersteuningsoverleg:

  • Leerlingbesprekingen
  • Overleg: ondersteuningscoördinator-tweedelijns coach, ondersteuningscoördinator-plaatsvervangend directeur en tweedelijns coach-leerlingcoaches.
  • Bijeenkomsten van het Interne Ondersteuningsteam (IOT) en het Externe Ondersteuningsteam (EOT)
  • MDO (Multidisciplinair overleg met externe deskundigen) en MDO-T(toewijzing) (in geval van verwijzing naar een andere voorziening)

De bedoelingen van al deze overlegvormen zijn in het (uitgebreide) schoolondersteuningsprofiel nader beschreven.

 

  1. Samenwerkingspartners buiten de school

Naast de samenwerking met instanties, genoemd als lid van het externe ondersteuningsteam, wordt  incidenteel ook samengewerkt met onderstaande instellingen en organisaties:

 

●  Ambulante begeleiders

●  GGZ-instellingen, onder andere Triversum, Stichting De Praktijk, Opvoedpoli

●  Leerplichtambtenaren

●  Veilig Thuis

●  Voortgezet Speciaal Onderwijs

●  Samenwerkingsverband Vo/Vso Noord-Kennemerland

●  GGD

●  (School) Maatschappelijk Werk / Jeugd- en Gezinscoach

●  Schoolpsycholoog

●  Ambulante begeleiders REC 1 en 2

●  Meldpunt Verzuim

●  MEE

●  Parlan

●  De Wering

●  Reclassering. (justitie)

●  Politie/Bureau HALT

●  Andere instellingen waar leerlingen onderwijs volgen in combinatie met intensieve begeleiding

 

  1. Bijzondere ondersteuningsmogelijkheden van de school

Het VMC kent een aantal bijzondere ondersteuningsmogelijkheden voor leerlingen:

 

  • Signalering door middel van proefexamens en examentraining
  • Positive Behaviour Support (een schoolbrede aanpak gericht op het bevorderen van positief gedrag binnen school op pedagogisch en didactisch vlak)
  • didactische groepshandelingsplannen waarin per leerling wordt beschreven wie wat nodig heeft voor een bepaald vak.
  • Pilot ‘Start de dag met je mentor’
  • Verzuimanalyse van ‘te-laat-komers en ‘er-uit-gestuurden’
  • Gastleerlingschap bij een collega-school uit het samenwerkingsverband
  • Sociale Vaardigheidstraining/ faalangst/examentraining
  • Bijles naast het reguliere rooster of intensievere begeleiding in de les.
  1. Basiskwaliteit en tevredenheid van ouders en leerlingen

De inspectie van het voortgezet onderwijs heeft het VMC een zogenaamd basisarrangement (basistoezicht) toegekend voor alle opleidingen. Hiermee wordt uitgedrukt dat de kwaliteit van het geboden onderwijs en de naleving van wet- en regelgeving in orde is.

Het VMC voert ook zelf een actief kwaliteitsbeleid. De ambitie van het VMC is zich te ontwikkelen tot een school die top-kwaliteit biedt aan de leerlingen.

Jaarlijks worden er onder ouders en leerlingen tevredenheidenquêtes afgenomen. De resultaten van deze enquêtes en de consentgesprekken met ouders en leerlingen vormen  een  basis van het formuleren van speerpunten waar aan gewerkt gaat worden door de docenten en de afdelingen.

 

  1. Afsluiting

Het uitgebreide schoolondersteuningsprofiel gaat naast het voorgaande ook nog in op enkele andere onderwerpen, zoals het leerlingvolgsysteem en dossiervorming en de rol en positie van de ouders bij de ondersteuning.

Indien er sprake is van extra ondersteuning en het opzetten van een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) wordt ‘op overeenkomst gericht overleg’ gevoerd, omdat de ouders dienen in te stemmen met het handelingsdeel van een dergelijk plan.

Bij alle vormen van ondersteuning vindt school het van belang dat de ouders goed op de hoogte zijn en vanuit hun positie ook een bijdrage leveren.

Ook bevat het schoolondersteuningsprofiel nog informatie over ambities en meerjarenplanning en over de inzet van de middelen voor ondersteuning (die deels door het samenwerkingsverband worden verstrekt).

Achterin het schoolondersteuningsprofiel vindt u ten slotte een schematisch overzicht van alles wat het VMC aan basis- en lichte ondersteuning biedt en wat daarvan nog in ontwikkeling is: ondersteuning is geen vaststaand gegeven maar een dynamisch ontwikkelingsproces om zo steeds weer goed te kunnen aansluiten bij ondersteuningsvragen die bij leerlingen worden gesignaleerd!

Februari 2017

Schoolondersteuningsprofiel 2017-2019 VMC

error: © Van der Meij College